B2

In de brugklas zitten maximaal 13 leerlingen van 12 – 15 jaar.

In de brugklas ligt in de ochtenduren het accent op de schoolse vaardigheden: taal, lezen, spelling en rekenen (sommen, geldrekenen, tijd, meten, wegen).

In de middaguren worden de praktijkvakken (LWP = leerwerkplaatsen) gegeven. De leerlingen uit de brugklas maken gedurende het schooljaar bloksgewijs kennis met de vakken koken, groen, dienstverlening (schoonmaak), techniek en ZeDeMo (arbeidsvaardigheden). Over het algemeen duurt de praktijkles een uur. Naast het leren van vakspecifieke vaardigheden, staat de werkhouding centraal.  Alle leerlingen hebben een portfolio. Deze nemen ze mee als ze naar een praktijkvak gaan. In deze map schrijven zowel de leerling als de leerkracht wat ze hebben gedaan en hoe het tijdens de les is gegaan.

Het bevorderen van sociaal gedrag en lessen in het kader van sociale vaardigheden, de zogenaamde SoVa lessen, zijn een belangrijk onderdeel van ons lesprogramma. We oefenen de vaardigheden aan de hand van een sova-methode, maar ook naar aanleiding van situaties die zich voordoen in de klas.

De leerlingen eten tussen de middag in de kantine. Zij kunnen ’s morgens aan de hand van een vast menu een lunch bestellen of hun eigen eten meenemen. 

De leerlingen krijgen twee keer per week sport van een vakleerkracht: één keer fitness en één keer gymnastiek. De leerlingen krijgen één keer per week muziek van een vakleerkracht.